Een niet-literaire tekst vertalen betekent in zekere zin een letterlijke vertaling in een andere taal waarbij erover gewaakt wordt dat de vertaling met de grootst mogelijke precisie de oorspronkelijke betekenis behoudt. Met andere woorden: dient volledig trouw te blijven aan het origineel. Hier is het behoud van de specifieke semantiek in de te vertalen tekst – volgens het vaak gespecialiseerde domein waarin hij zich bevindt – van het grootste belang en steunt dan ook op de eigenlijke specialisatie van de vertaler. Zo zijn, om een duidelijk voorbeeld te geven, alleen dokters en artsen die sterk vertrouwd zijn met een vreemde taal in staat te vertalen. Wat betreft de zogenaamde courante teksten of toespraken, hier is het belangrijk te kunnen bevestigen dat hun vertaling of vertolking hen – naargelang de toegepaste formule – “volledig heeft weergegeven qua betekenis”.
De heeft nood aan andere parameters met als voornaamste de vorm, dus niet langer uitsluitend de inhoud. Elke schrijver schrijft een taal die hem eigen is, daarom ook is niet elke schrijver altijd even eenvoudig te begrijpen, zelfs niet door een lezer met dezelfde moedertaal. Om die reden past de literaire vertaler een extreme vorm van lezen toe, een diepgang die hem leidt tot de bron van het schrijven zelf, tot de schepping. Men zegt wel eens dat hij werkt in het interval tussen de inhoud die hem beperkt en een rebelse vorm. De moderne literaire vertaling geeft steeds zoveel mogelijk de voorkeur aan een zo groot mogelijke letterlijkheid, maar moet tegelijk zo goed mogelijk het ritme, de kleur, de eigenheid van een literaire stijl met zijn eigen muzikaliteit weergeven. Een getalenteerd auteur, componist, schilder of beeldhouwer herkent men vaak aan zijn stijl. Net als de kunst en de schepping, is de literaire vertaling van grote werken alleen toegankelijk voor vertalers die een erg intieme en diepgaande kennis bezitten van de geschreven taal die op haar beurt alleen kan ontstaan uit een toegewijde lezing van de grote klassiekers in de taal van waar uit ze naar hun eigen taal vertalen.
Het spreekt dus voor zich dat de literaire vertaler eveneens zijn eigen moedertaal perfect moet beheersen, dus de taal waarin hij de vreemde tekst moet vertalen. Een uitgebreide literaire ervaring – met name met vergelijkende literatuurstudie – is in dit opzicht onmisbaar. Het is dan ook geen toeval dat de meeste grote literaire vertalers zelf ook schrijvers of professor aan de universiteit zijn. De literaire vertaling sluit per definitie elke interpretatie, elke onnauwkeurigheid uit die het gevolg is van een verkeerd begrip of zelfs het niet begrijpen van de tekst en de soms erg moeilijk te vatten nuances. Elke amateurvertaling dient dus ten stelligste geweerd te worden als men wil vermijden dat – zoals benadrukt door Françoise Wuilmart, oprichtster van het Europees centrum voor de Literaire Vertaling – “de cultuur van de ander afgeslacht wordt”. |